Copernicus: onze aarde in beeld

Welke kant gaat de bosbrand op? Hoe hard smelten de ijskappen? Op welke dagen kunnen astmapatiënten beter binnenblijven? En hoe gaat het met de landbouw na droogte of juist wateroverlast? Deze en heel veel andere vragen over ons leven op aarde kun je goed beantwoorden met informatie uit de ruimte. Daarom is er het Europese aardobservatieprogramma Copernicus van de Europese Commissie.

Copernicus heette voorheen GMES (Global Monitoring for Environment and Security). Het programma heeft tot doel veranderingen op de planeet aarde – op het land, ter zee en in de lucht – nauwkeurig in beeld te brengen. De gegevens die dit oplevert worden gebruikt door (klimaat)wetenschappers, maar bijvoorbeeld ook om natuurlijke hulpbronnen te monitoren, precisielandbouw mogelijk te maken en natuurrampen eerder te zien aankomen.

Sentinel
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA verzorgt het ruimtesegment van Copernicus. Dat bestaat uit een familie satellieten met de naam Sentinel. De eerste Sentinel kijkt met een radar voortdurend naar de aarde; dag en nacht, weer of geen weer. Sentinel-2 focust vooral op vegetatie, grondwater en kustgebieden. De derde Sentinel is een topografische missie voor land en zee en meet bovendien wereldwijd de temperatuur. Sentinel 4 en 5 zijn volledig gericht op het waarnemen van de atmosfeer.

Tropomi is het kloppend hart van Sentinel-5 precursor, een voorloper van de Sentinel-5 missie. De satelliet kwam er op speciaal verzoek van de Nederlandse wetenschappelijke gemeenschap omdat zonder deze missie een gat van vijf tot zeven jaar zou ontstaan in hoogwaardige atmosfeerwaarnemingen. Tot de komst van de Sentinels 4 en 5 is Tropomi het enige instrument dat dagelijks en heel nauwkeurig de atmosfeer van de aarde in kaart brengt.

copernicus

  • Share this:
 

Tropomi tijdlijn